De aanvraag voor een buitenwettelijke subsidie gaat in ieder geval vergezeld van:
een werkplan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte is;
een begroting, tenzij deze voor de berekening van het bedrag van de subsidie niet van belang is;
indien het een rechtspersoon betreft, een afschrift van de oprichtingsakte dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd, voor zover niet al eerder overlegd.
Bij subsidieaanvragen die een bedrag van € 2.000 niet te boven gaan zijn de onder 1, 2 en 3 genoemde aanvraagbescheiden niet van toepassing. Deze subsidieontvangers dienen (eenmalig) aan te geven voor welk doel zij een subsidie aanvragen;
Voor de onder 4 genoemde subsidieontvangers kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de afrekening en verantwoording.
Hoofdstuk 2.
Artikel 7.
Indiening aanvraagbescheiden voor buitenwettelijke subsidies
Onderdeel van Algemene subsidieverordening 2006