Naar hoofdinhoud
1.. De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 2.. De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. 3.. De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te verstrekken. 4.. De commissie kan de bevoegdheden genoemd onder het derde lid mandateren aan een van haar leden, het secretariaat en/of aan de onderzoeksmedewerkers. 5.. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen. 6.. De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 7.. Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden. 8.. De commissie brengt jaarlijks vóór 1 april verslag uit aan de raad over haar werkzaamheden, voor het eerst in 2006. In het verslag rapporteert de commissie over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van haar eerdergedane door de raad overgenomen aanbevelingen.

Rechtspraak bij dit artikel