De aanvrager vrijwaart de beheerder voor alle aanspraken van derden, die ontstaan zijn zowel direct als indirect, ten gevolge van de uitvoering, het gebruik, het hebben of aanwezig zijn van een aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel, die ingevolge of in verband met deze regeling tot stand is of zal worden gebracht, behoudens opzet of grove schuld van de beheerder.