Naar hoofdinhoud
Het college is met betrekking tot de uitvoering van deze verordening bevoegd: de vaste ligplaatsen gedurende de afwezigheid van het desbetreffende schip te benutten voor het afmeren van andere vaartuigen; op kosten van de nalatige zelf uit te voeren of te doen uitvoeren wat zij nodig oordelen ten aanzien van enig schip in de haven, indien van dit schip hinder voor het scheepvaartverkeer, dan wel gevaar of schade wordt of dreigt te worden onder-vonden; schepen en objecten die gevaar opleveren voor de bevaarbaarheid van de haven, de havenwerken en/of de zich in de haven bevindende schepen, of wier ladingen gevaar opleveren voor de openbare gezondheid of veiligheid, of het normale verkeer in de haven ernstig zullen belemmeren, de toegang tot de haven te ontzeggen en indien de schepen zich reeds in de haven bevinden, daaruit te doen verwijderen, zulks op kosten van de nalatige, ongeacht het feit of de schipper voor het schip recht heeft op een ligplaats in de haven; onbeheerde schepen en objecten, die in de haven worden aangetroffen, te meren, te verhalen en op een hen passende wijze in bewaring te nemen voor rekening en risico van de belanghebbende. De hiervoor bedoelde schepen en objecten worden niet ter beschikking van de belanghebbende gesteld, dan nadat de kosten van het bergen en bewaren daarvan zijn voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel