Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.1.

Begripsomschrijvingen.

Onderdeel van Huisvestingsverordening kamerbewoning Oss

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: wet: de Huisvestingswet; college: het college van burgemeester en wethouders van Oss; eigenaar: de eigenaar als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de wet; huishouden: de leefvorm of samenlevingsvorm van een alleenstaande of een gezin, waaronder mede wordt begrepen: het inwonen of het bewonen van kamers door ten hoogste 2 verwanten of andere personen, al dan niet bij wijze van mantelzorg en al dan niet met eigen voorzieningen; een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband, waaronder mede wordt begrepen: een woongroep van mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking of aandoening met inbegrip van begeleiding en toezicht, gericht op zelfstandige bewoning; de gezamenlijke huisvesting van een groep van maximaal 4 niet verwante personen, die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning; woonruimte: de woonruimte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de wet; zelfstandige woonruimte: de woonruimte als bedoeld in artikel 30, tweede lid, van de wet; onzelfstandige woonruimte: de woonruimte welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; kamerverhuurpand: gebouw of een deel van een gebouw waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan 5 of meer niet verwante personen die gebruik maken van de gemeen-schappelijke voorzieningen in het gebouw of waarin inwoning of bewoning van kamers plaatsvindt door meer dan twee verwanten of andere personen, al dan niet bij wijze van mantelzorg en al dan niet met eigen voorzieningen; omzetting: het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte; omzettingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onder c, van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel