Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.6.

Intrekking vergunning.

Onderdeel van Huisvestingsverordening kamerbewoning Oss

1.. Het college kan de omzettingsvergunning intrekken, indien: de ter verkrijging van de vergunning verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn, dat op de aanvraag een ander besluit zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend zouden zijn geweest; de aan de vergunning verbonden voorwaarden niet worden nagekomen; de vergunninghouder één jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning daarvan nog geen gebruik heeft gemaakt, of de woonruimte waarvoor de vergunning is verleend langer dan één jaar niet meer in gebruik is. de verplichtingen, omschreven in artikel 2.8 niet blijken te worden nagekomen; vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat handhaving van de vergunning zou leiden tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid dan wel tot verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarin de huisvesting plaatsvindt. 2.. het college gaat niet eerder tot intrekking van de vergunning over, voordat degene tegen wie het besluit tot intrekking wordt genomen, er bij aangetekende brief van in kennis is gesteld dat de vergunning zal worden ingetrokken indien voor een nader te bepalen datum niet zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen, dat alsnog aan de desbetreffende bepalingen van deze verordening wordt voldaan en hij/zij in de gelegenheid is gesteld zich door of namens het college te doen horen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel