Onverminderd het gestelde in art. 18, derde lid, blijft de
Verordening Kinderopvang Ridderkerk 1998 van kracht voor wat betreft
die bepalingen die de grondslag vormen voor verleende vergunningen
en ontheffingen die betrekking hebben op peuterspeelzalen.
De in het eerste lid genoemde vergunningen en ontheffingen behouden
hun geldigheid.
Het in het eerste en tweede bepaalde vervalt op de dag van
inwerkingtreding van de Verordening Peuterspeelzaalwerk Ridderkerk
2005