Op vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 3.1, onder 2, sub a,b,c en d van de Verordening wordt geen eigen bijdrage in mindering gebracht.
De hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders te verlenen financiële tegemoetkoming van vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 3.1, onder 3, is een forfaitaire vergoeding. Voor de vaststelling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de volgende normbedragen:
Voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van taxi of eigen auto geldt een normbedrag van € 803,39 op jaarbasis;
voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een normbedrag van € 803,39 op jaarbasis
voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een auto in bruikleen geldt een normbedrag van € 519,10 op jaarbasis
Op grond van de Regeling Sociaal Vervoer AWBZ-instellingen (artikel 1, lid 2) hebben gehandicapten in AWBZ-instellingen ook recht op bovengenoemde normbedragen. Naast vervoerskostenvergoedingen kunnen gehandicapte bewoners van een AWBZ instelling ook in aanmerking komen voor andere vervoersvoorzieningen.
Voor gehandicapte kinderen geldt dat bovenstaande normbedragen als volgt worden toegepast:
Voor de leeftijdsgroep 0 – 6 jaar
is de vergoeding nihil
Voor de leeftijdsgroep 6 – 12 jaar
bedraagt de vergoeding 50% van de bovenvermelde normbedragen.
Voor de leeftijdsgroep 12 – 15 jaar
bedraagt de vergoeding 75% van de bovenvermelde normbedragen.
Vanaf 15 jaar bedraagt de vergoeding 100% van de bovengenoemde normbedragen.
Gehandicapten die een werk/ leefkilometervergoeding van de bedrijfsvereniging ontvangen kunnen in aanmerking komen voor een pasje van het aanvullend openbaarvervoersysteem voor gehandicapten.
Indien het inkomen zoals bedoeld in artikel 1.1, onder b, van de Verordening hoger is dan 1,5 maal de bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag voor een echtpaar, wordt geen financiële tegemoetkoming verstrekt in de kosten van een vervoersvoorziening in natura als bedoeld in artikel 3.1, onder 3, dan wel een vervoersvoorziening als bedoeld onder artikel 3.1, onder 2, sub 2 van de Verordening.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.
Eigen bijdragen en hoogte financiële tegemoetkomingen in de kosten van vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Financiële Tegemoetkomingen voorzieningen gehandicapten Gemeente Ridderkerk 2005