Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
op de weg zonder dat die aangelijnd is behalve op de als zodanig door burgemeester en wethouders aangewezen losloopgebieden;
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door burgemeester en wethouders aangewezen plaats;
op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een door middel van een tatoeage of chip aangebracht identificatiemerk, dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.14
Loslopende honden, verboden plaatsen, identificatie
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2001