1 Het is verboden op de weg alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
2 Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:
a een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 2.3.1.1, eerste lid;
b de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35, van de Drank- en Horecawet.
c de plaats, waar een feestelijke activiteit met een besloten karakter wordt gehouden en waarvoor een vergunning geldt krachtens deze verordening.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.6
Hinderlijk drankgebruik
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2001