Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3.10

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2001

1Het bevoegd orgaan weigert de vergunning als bedoeld in artikel 3.3 indien: a de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.4 gestelde eisen; b de onroerende zaak waarin de seksinrichting is of wordt gevestigd niet voldoet aan de voor seksinrichtingen gestelde inrichtingseisen; c de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; d er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of bij het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. Het bevoegd orgaan kan de vergunning als bedoeld in artikel 3.3 weigeren, indien naar diens oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de seksinrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting. Bij de toepassing van de in het tweede lid genoemde weigeringsgrond houdt het bevoegd orgaan rekening met: a het karakter van de straat en de wijk, waarin de seksinrichting is gelegen of zal zijn gelegen; b de aard van de seksinrichting; c de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de seksinrichting. 4Het bevoegd orgaan kan de vergunning als bedoeld in artikel 3.3 tevens weigeren: a in het belang van de veiligheid van personen of goederen; b in het belang van de gezondheid of de zedelijkheid; c in het belang van de arbeidsomstandigheden van de in de seksinrichting werkzame prostituee.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel