1 Het is een inrichting toegestaan maximaal 3 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de voorschriften 1.1.1,1.1.5., 1.1.7. en 1.1.8. uit de bijlage onder B van het Besluit niet van toepassing zijn.
2 Het is een inrichting toegestaan maximaal 3 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij het voorschrift 1.5.1. uit de bijlage onder B van het Besluit niet van toepassing is.
3 De houder van een inrichting die voornemens is een incidentele festiviteit te houden is verplicht ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis te stellen.
4 Burgemeester en wethouders stellen een formulier vast voor het doen van de in het derde lid bedoelde kennisgeving.
5 De kennisgeving wordt geacht eerst dan gedaan te zijn wanneer het in het vierde lid bedoelde formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
6 De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer burgemeester en wethouders op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaan.
HOOFDSTUK 4 › Afdeling 1
Artikel 4.1.3
Kennisgeving incidentele festiviteiten
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2001