1 Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op de weg.
2 Burgemeester en wethouders kunnen wegen of gedeelten daarvan aanwijzen waar het in het eerste lid gestelde verbod niet geldt.
3 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
4 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.
5 Burgemeester en wethouders kunnen van de in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
HOOFDSTUK 5 › Afdeling 1
Artikel 5.1.7
Parkeren van grote voertuigen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2001