Naar hoofdinhoud
1.. Ter vermijding van kennelijke onbillijkheid of als het belang van de school dit kennelijk vereist, kan bij de verlening van ontslag van de overeenkomstig de artikelen 2 en 3 bepaalde volgorde worden afgeweken, met dien verstande dat, indien de omvang van de voorgenomen afvloeiing daartoe aanleiding geeft, deze geschiedt naar een bepaald vooraf vastgesteld en aan belanghebbenden kenbaar gemaakt plan. 2.. Indien de oorzaak van het formatieve probleem zich voordoet op een of enkele scholen, dat wil zeggen voor minimaal 120 fre's per school en zou leiden tot kennelijke onbillijkheid, vindt, in afwijking van bovenstaande, afvloeiing plaats - binnen de bestuurslijst - uit het personeelsbestand van de betreffende school/scholen. 3.. Aan het bepaalde in de voorgaande leden wordt voorzover het omvangrijke afwijkingen betreft slechts uitvoering gegeven na overleg met belanghebbenden en na de daarvoor in aanmerking komende organisaties van onderwijzend personeel en de medezeggenschapsraad (gemeenschappelijke medezeggenschapsraad) te hebben gehoord.

Rechtspraak bij dit artikel