In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse
belasting gedurende 15 of 30 jaren.
Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient binnen zes weken na de
dagtekening van de aanslag schriftelijk bij het college van burgemeester en
wethouders te worden ingediend.
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
verschuldigde, berekend op basis van een periode van 15 of 30 jaren
en een rentevoet van 6,5 % .
De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde
van de op 1 januari van het belastingjaar, waarin de afkoop
plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een
rentevoet van 6,5 % .
Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
heffing en de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
als bedoeld in het eerste lid eindigt of wijzigt als gevolg van het
overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe
genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang
van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor
de resterende belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend
overeenkomstig het vierde lid van dit artikel.
In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op
verzoek van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige
de jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid
gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na
de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a,
schriftelijk bij het college van burgemeester en wethouders
te worden ingediend.
Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
heffing en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het
bezit of het beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak
wordt overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende
belastingschuld, de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 4
voor de betreffende onroerende zaken opnieuw vastgesteld voor de nog
niet verstreken belastingjaren.
Artikel 6
Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een baatbelasting "Donckse Huizen"