Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Grondslag en werkingssfeer

Onderdeel van Subsidieverordening erfgoed gemeente Epe 2010

1.. Op grond van deze verordening kan het college subsidie verlenen voor het treffen van de volgende voorzieningen ter behoud, herstel of verbetering van een beschermd gemeentelijk monument, als bedoeld in deze verordening: herstel en vernieuwen van rieten daken (met daklatten, vorsten, knellatten en beperkt herstel van sporen); herstel van dakvlakken gedekt met pannen, leien (met daklatten en beperkt herstel van sporen), lood, zink of koper; herstel van goten (in zink, koper of lood) inclusief bijbehorende houtconstructies, beugels en hemelwaterafvoeren; het aanbrengen van goten waar deze niet eerder aanwezig waren; het herstellen van windveren, schoorstenen en van zink en loodwerken zoals loketten,voetlood, hoek- en keperlood; het periodiek keuren en onderhouden van brand- en bliksembeveiliging; het herstellen (van gedeelten) van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen, luiken, gevelbeschietingen, roeden en lijstwerk; het herstellen van dak- en torenluiken, loopbruggen en afgazen van torens; het inboeten en beperkt herstel van muurwerk, het opvoegen van muurwerken en beperkt herstel van pleisterwerk aan buitengevels; het beperkt vervangen of inboeten van natuursteen; de behandeling van muurwerk ter regulering van de vochthuishouding; de behandeling van houtwerk ter bestrijding van zwamaantasting of houtaantasters zoals boktor en houtworm; het herstel van stoepen; het herstel van dragende constructies (ankerbalk-gebinten, schoren en platen, balkkappen, spantbenen, muurplaten e.d.); het herstel van glas-in-lood en monumentale beglazing; het buitenschilderwerk; het uitwendig herstel van de bijgebouwen en andere bij het pand behorende objecten zoals hooibergen, schuren, bakhuisjes, hekken, pompen, bruggen e.d. voor zover deze zijn vermeld in de redengevende omschrijving van het pand; het herstel van waardevolle interieuronderdelen zoals plafondornamenten, tegelwanden en -schouwen, muurschilderingen, lambrizeringen e.d., voor zover deze zijn vermeld in de redengevende omschrijving van het pand; Uitsluitend voor de voorzieningen, genoemd in dit artikel in de leden a, b, c, e, f, g, i, j, k en l, kan het college subsidie verlenen voor het treffen van deze voorzieningen ter behoud, herstel of verbetering van een beschermd rijksmonument, als bedoeld in deze verordening; 2.. onder de kosten, als bedoeld in dit artikel, worden mede begrepen de bedragen van: de aanneemsom; de risicoverrekening van loon- en materiaalstijgingen; het honorarium van de architect, constructeur, de kosten van het dagelijks toezicht en de bestedingskosten; de leges voor de bouwvergunning en de vergunning ingevolge de Monumentenwet of -verordening; de verschuldigde omzetbelasting, voor zover deze niet kan worden verrekend; de (haalbaarheids-)onderzoekskosten; 3.. de subsidie wordt berekend over de kosten van voorzieningen, met uitzondering van de kosten waarvoor op grond van enige andere, door het college aan te wijzen regeling subsidie in de kosten van de voorzieningen worden verkregen; 4.. de subsidie bedraagt maximaal 20% van de door het college bij de verlening en vaststelling van de subsidie goedgekeurde kosten van de voorzieningen, doch ten hoogste 20% van € 45.378,02; 5.. om voor een subsidie in aanmerking te komen, dienen de kosten van de voorzieningen ten minste € 680,67 te bedragen; 6.. het college is bevoegd van het in het vierde lid genoemde bedrag van € 45.378,02 tot maximaal 10% af te wijken, indien dat in een bijzonder geval in het belang van de monumentenzorg is 7.. het college vraagt advies aan de Monumentencommissie voordat zij beslissen op de aanvraag.

Rechtspraak bij dit artikel