Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt onverminderd artikel 2, tweede lid, een maatregel opgelegd van vijf procent van de bijstand gedurende de termijn waarmee de bijstandsverlening als gevolg van zijn gedraging is vervroegd, met een maximum van drie jaar.
Hoofdstuk
Artikel 13.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand Schagen 2010