(artikel 1, aanhef en onder b Leerplichtwet)
Indien ouders aangeven dat zij voldoen aan hun verplichtingen krachtens de wet doordat hun kind gebruikmaakt van een niet uit de openbare kas bekostigde of aangewezen onderwijsvoorziening, dan neemt de ambtenaar contact op met de onderwijsinspectie met het verzoek een onderzoek in te stellen en binnen een in het verzoek aangegeven termijn een advies uit te brengen over de vraag of de onderwijsvoorziening kan worden beschouwd als een school in de zin van de wet.
De ambtenaar geeft aan de ouders dan wel aan degene die de onderwijsvoorziening instandhoudt de gelegenheid hun zienswijze op het advies van de inspectie te geven.
In de periode dat het onderzoek plaatsvindt, beschouwt de ambtenaar de onderwijsvoorziening als een school in de zin van de wet.
De ambtenaar beslist gemotiveerd, mede gezien het advies van de onderwijsinspectie en de eventueel daarnaast ingebrachte zienswijzen, of naar zijn oordeel sprake is van een school in de zin van de wet.
Wetswijziging per 1 augustus 2006De bevoegdheid om een school al dan niet als school in de zin van de wet aan te merken wordt bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen gelegd.
Artikel 11
Bepalen of een onderwijsvoorziening een school in de zin van de Leerplichtwet is
Onderdeel van Ambtsinstructie voor de leerplichtambtenaar