Naar hoofdinhoud
1.. Indien de dagelijkse werktijd van de betrokkene op de dag waarop overwerk moet worden verricht, met tenminste twee overwerkuren wordt verlengd en het dienstbelang naar het oordeel van het hoofd van dienst dientengevolge niet toelaat, dat hij zijn maaltijd op de hiervoor bestemde tijd op de voor hem gebruikelijke plaats nuttigt, gelden de in de volgende leden vermelde regelen. 2.. Aan de betrokkene wordt zo mogelijk een maaltijd van overheidswege verstrekt, met dien verstande, dat indien hij hiervoor heeft moeten betalen, hem de gemaakte kosten worden vergoed tot ten hoogste het bedrag van de vergoeding berekend op de voet van het derde lid. 3.. Indien een voorziening als bedoeld in het tweede lid niet mogelijk is, ontvangt de betrokke­ne, die aantoonbaar een maaltijd in een daarvoor bestemde gelegenheid heeft genuttigd en betaald, een vergoeding gelijk aan de vergoeding voor een avondmaaltijd bij dienstreizen overeenkomstig artikel 8 van deze regeling. 4.. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing indien en voor zover een andere regeling in vergoeding van bedoelde kosten voorziet. 5.. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd van de in dit artikel gestelde regelen: af te wijken in gevallen waarin deze regelen naar hun oordeel niet of niet naar redelijk­heid voorzien; op overeenkomstige wijze toe te passen voor met overwerk vergelijkbare situaties.

Rechtspraak bij dit artikel