Naar hoofdinhoud
1.. De belastingplichtige voor: de hondenbelasting; de rioolheffing; de toeristenbelasting; de forensenbelasting; die niet binnen een maand na afloop van het belastingjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifte of aan wie niet binnen een maand na afloop van het belastingjaar een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen veertien dagen na afloop van die maand bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar ontstaat dan wel het aantal honden dat door de belastingplichtige wordt gehouden wijziging ondergaat, moet de belastingplichtige binnen veertien dagen na het tijdstip waarop de belastingplicht is ontstaan of de wijziging van het aantal honden heeft plaatsgevonden, bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar schriftelijk verzoeken om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte. 3.. Als aangifteformulier hondenbelasting wordt vastgesteld het als bijlage 1 opgenomen model. 4.. Als aangifteformulier rioolheffing wordt vastgesteld het als bijlage 2 opgenomen model. 5.. Als aangifteformulier toeristenbelasting wordt vastgesteld het als bijlage 3 opgenomen model. 6.. Als aangifteformulier forensenbelasting wordt vastgesteld het als bijlagen 4 opgenomen model. 7.. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen dienen de in het aangifteformulier gevraagde gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te worden ingevuld. Het aangifteformulier wordt ondertekend en met de daarbij gevraagde bescheiden ingeleverd of toegezonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel