Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2.

Artikel 2.

Opdracht college

Onderdeel van Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren

1.. Het college biedt jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod, algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of een voorziening gericht op arbeidsinschakeling aan. 2.. Het college kan het werkleeraanbod ook invullen met een combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling dan wel één of meerdere voorzieningen. 3.. In afwijking van het tweede lid kan een werkleeraanbod ook bestaan uit een voorbereidingsperiode op een zelfstandig beroep of bedrijf, als bedoeld in artikel 17, zesde lid van de wet. 4.. Het college stemt het werkleeraanbod af op de omstandigheden, krachten en bekwaamheden van de jongere, wiens recht op een werkleeraanbod is vastgesteld. Bij de invulling van het werkleeraanbod onderzoekt het college de mogelijkheden en omstandigheden van de jongere. Zij beziet daarbij tevens in hoeverre de wensen van de jongere bij de invulling van het werkleeraanbod kunnen worden betrokken. 5.. Het college laat werkzaamheden in het kader van de ondersteuning als bedoeld in lid 1 van dit artikel, zoveel mogelijk verrichten door een natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in het arbeidsproces bevordert. 6.. Ter uitvoering van de zorgplicht als bedoeld in lid 1 van dit artikel stelt het college jaarlijks een nota op waarin op basis van dit artikel beschikbare budget wordt aangegeven op welke wijze het komende jaar wordt voorzien in de ondersteuning bij arbeidsinschakeling voor de doelgroep van de wet. 7.. Het college zendt eenmaal per jaar aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid. 8.. De nota als bedoeld in lid 6 van dit artikel alsmede het verslag als bedoeld in lid 7 van dit artikel bevat de mening van de cliëntenraad Sociale Zaken Smallingerland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel