Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2009

Onder verwijzing naar artikel 8 van de Verordening wordt als de wijze waarop moet worden betaald alvorens op de in artikel 1 bedoelde weggedeelten en terreinen mag worden geparkeerd vastgesteld: Aan het parkeren bij een parkeerautomaat wordt het navolgende voorschrift verbonden. Terstond bij de aanvang van het parkeren dient de verschuldigde parkeerbelasting te worden voldaan door het inwerpen van muntgeld of door het gebruik van elektronische betaalmiddelen (zoals chipknip/ chipper) in en op de wijze zoals aangegeven op, de daartoe aanwezige parkeerapparatuur. Bij parkeerautomaten, welke als bewijs voor betaling een kaartje genereren, dient dit kaartje of het aangegeven kaartgedeelte goed zichtbaar en leesbaar achter de voorruit geplaatst te worden, met dien verstande dat de zijde waarop de datum, aanvang en einde van de parkeertijd staan, zichtbaar moet zijn. Daarbij dient de maximale parkeerduur, welke geldt voor de betreffende parkeerautomaat, in acht te worden genomen. Aan het parkeren bij een parkeermeter wordt het navolgende voorschrift verbonden. De parkeermeter dient terstond bij de aanvang van het parkeren in werking gesteld te worden met de muntsoorten zoals die op de desbetreffende meter zijn aangegeven. Daarbij dient de maximale parkeerduur, welke geldt voor de betreffende meter, in acht te worden genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel