In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het
bepaalde in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht, kan
het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor
het bouwen, in het geval zij op grond van het in de Regeling
omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende
onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede
lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde
saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel
zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het
stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.
Paragraaf 5
Voorschriften van stedenbouwkundige aard en
bereikbaarheidseisenArtikel 2.5.1 Richtlijnen
voor de verlening van ontheffing van de stedenbouwkundige
bepalingen( vervallen
)Artikel 2.5.2
Anti-cumulatiebepalingTerrein
dat voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen in
aanmerking moet worden genomen mag niet nog eens bij de verlening van
een omgevingsvergunning voor het bouwen voor een ander bouwwerk in
aanmerking worden genomen. Artikel 2.5.3 Bereikbaarheid
van bouwwerken voor wegverkeer.
Brandblusvoorzieningen
Indien de toegang tot een bouwwerk dat voor het verblijf van
mensen is bestemd, meer dan 10 meter is verwijderd van een
openbare weg, moet een verbindingsweg tussen die toegang en het
openbare wegennet aanwezig zijn die geschikt is voor
verhuisauto's, vuilnisauto's, ziekenauto's, brandweerauto's en
het overige te verwachten verkeer.
Een geschikte verbindingsweg in de zin van het eerste lid moet,
tenzij de gemeenteraad voor de desbetreffende weg in een
bestemmingsplan of in een verordening of anderszins
voorschriften heeft vastgesteld:
een breedte hebben van ten minste 4,5 m, over een
breedte van ten minste 3,25 m zijn verhard en een vrije
hoogte boven de kruin van de weg hebben van ten minste
4,2 m;
zijn verhard op een wijze die geschikt is voor
motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kg
en zijn voorzien van de nodige kunstwerken; en
op doeltreffende wijze kunnen afwateren.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op een
bijgebouw voor het bouwen waarvan op grond van artikel 2,
onderdeel 3, of artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II bij het
Besluit omgevingsrecht geen vergunning is vereist, voor zover
dat bijgebouw niet tot bewoning bestemd is, maar wel tot een
hoofdgebouw behoort dat op hetzelfde terrein is gelegen.
Nabij ieder bouwwerk dat voor het verblijf van mensen is
bestemd, moeten zodanige opstelplaatsen voor brandweerauto's
aanwezig zijn, dat een doeltreffende verbinding tussen die
auto's en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.
Bij afwezigheid van een toereikende openbare
bluswatervoorziening moet worden zorg gedragen voor een
doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening.
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
afwijking van het bepaalde in het eerste en het vierde lid,
indien de aard, de ligging en het gebruik van het bouwwerk zich
daarvoor lenen.