**1..** Bij een woning of woongebouw moet een erf aanwezig zijn dat ten
minste een strook grond omvat die:
over de volle breedte van het gebouw aansluit aan de
achtergevel, en
voor wat betreft het achter het gebouw gelegen deel dat is
begrepen tussen het verlengde van de zijgevels, een diepte
heeft van ten minste 5 meter.
**2..** De maat genoemd in het eerste lid, moet worden gemeten haaks op de
achtergevelrooilijn en vanuit het verst achterwaarts gelegen deel
van het gebouw. Daarbij moeten de onderdelen van dat gebouw, bedoeld
in artikel 2.5.13, en de balkons en veranda's buiten beschouwing
blijven.
**3..** Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
van het bepaalde in:
het eerste lid, wat de aanwezigheid van het erf betreft,
indien de gelijkstraats gelegen bouwlaag niet tot bewoning
bestemd is;
het eerste lid, indien aan één van de volgende voorwaarden
wordt voldaan:
en gunstige, andere indeling van het erf is
aanwezig;
het gebouw zal zijn gelegen op een terrein waarvan
twee tegenover elkaar liggende zijden grenzen aan
wegen, aan een weg en een openbaar water, aan een
weg en een spoorweg of aan een weg en een plantsoen,
mits dat terrein slechts aan één van die zijden mag
worden bebouwd en tevens een erf van redelijke
afmetingen tot stand wordt gebracht;
bij het vergroten van een gebouw dat niet aan de
bepalingen voor te bouwen woningen en woongebouwen
van het Bouwbesluit voldoet, wordt de bestaande
toestand verbeterd.