Een omgevingsvergunning voor het slopen kan worden ingetrokken
indien:
de vergunning is verleend tengevolge van onjuiste of onvolledige
opgave van gegevens;
binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de
omgevingsvergunning voor het slopen geen begin met de
werkzaamheden is gemaakt;
tussen het begin en het einde van de sloopwerkzaamheden deze
werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken
stilliggen.
Paragraaf 2 Uitzonderingen
op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het
slopenArtikel 8.2.1
Sloopmelding
1.In afwijking van artikel 8.1.1, eerste lid, is geen
omgevingsvergunning voor het slopen vereist voor het anders dan in de
uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel slopen van:
geschroefde , asbesthoudende platen waarin de asbestvezels
hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, uit een woning of uit
een op het erf van die woning staand bijgebouw, voorzover de
woning of het bijgebouw niet in het kader van de uitoefening van
een beroep of bedrijf worden gebruikt of bedoeld zijn voor
gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen
asbesthoudende platen maximaal vijfendertig vierkante meter per
kadastraal perceel bedraagt;
asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende
vloerbedekking uit een woning of uit een op het erf van die
woning staand bijgebouw, voorzover de woning of het bijgebouw
niet in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf
worden gebruikt of bedoeld zijn voor gebruik in dat kader en de
oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende vloerbedekking
of vloertegels maximaal vijfendertig vierkante meter per
kadastraal perceel bedraagt;
mits het voornemen tot dit slopen is gemeld bij burgemeester en
wethouders en door burgemeester en wethouders binnen acht dagen na de
dag waarop dit is gemeld is medegedeeld dat geen omgevingsvergunning
voor het slopen is vereist.
Het voornemen tot slopen als bedoeld in het eerste lid moet
worden gemeld met gebruikmaking van een door of namens
burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.
De melding en de daarbij behorende bescheiden moeten in 2 voud
worden ingediend.
De melding en de daarbij behorende bescheiden moeten in het
Nederlands zijn gesteld.
In de melding moeten zijn opgenomen de plaats, het adres, de
aard en het gebruik van het bouwwerk.
Degene, die de melding heeft gedaan, krijgt door of namens
burgemeester en wethouders een bewijs van ontvangst toegezonden
of uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is vermeld.
Indien burgemeester en wethouders de in het eerste lid bedoelde
mededeling niet binnen de aldaar gestelde termijn hebben gedaan,
is de mededeling van rechtswege gedaan.
Burgemeester en wethouders kunnen aan een mededeling als bedoeld
in het eerste lid voorschriften verbinden met betrekking tot de
verwijdering, opslag en afvoer van asbest.
De houder van een mededeling als bedoeld in het eerste of het
zevende lid is verplicht het gestelde in een door de minister
van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer
uitgegeven publicatie ter zake van het slopen van asbest
bevattende vloerbedekking in acht te nemen. Voorts is de houder
verplicht de voorschriften, bedoeld in het achtste lid alsmede
de voorschriften die bij of krachtens de artikelen 7 en 8 van
het Asbestverwijderingsbesluit 2005 zijn gesteld, in acht te
nemen.
Het bewerken van het asbest ter plaatse waar dit asbest door
sloop vrijkomt is niet toegestaan.
Bij het niet voldoen aan de bij of krachtens de in het eerste
tot en met het vijfde lid van dit artikel gestelde eisen,
stellen burgemeester en wethouders degene die de melding heeft
gedaan in de gelegenheid om binnen één week de door hen aan te
geven ontbrekende gegevens over te leggen