**1..** Het college kan een splitsingsvergunning weigeren als:
het (gedeelte van een) gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat die verhuurd worden of die laatstelijk verhuurd zijn geweest;
de huurprijs van één of meer van die (voormalige) woonruimten lager is dan de maximale huurgrens voor de huurtoeslag;
de aanvrager niet kan waarborgen dat de woonruimte(n) na de splitsing bestemd blijven, of de voormalige woonruimte(n) na de splitsing opnieuw bestemd zullen worden voor de verhuur ter bewoning en
het belang dat de aanvrager bij splitsing heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud van de woningvoorraad, voor zover die voor verhuur is bestemd. Bij de afweging worden ook de ligging en de te verwachten vraag naar de desbetreffende woonruimten betrokken.
De splitsing zou leiden tot woningen met een oppervlakte, die vanuit volkshuisvestelijk standpunt als te klein worden aangemerkt.
**2..** Het college kan een splitsingsvergunning weigeren als:
voor het gebied, waarin het gebouw is gelegen, een stadsvernieuwingsplan als bedoeld in artikel 31 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing of Leefmilieuverordening als bedoeld in artikel 9 van die wet van kracht is, of een ontwerp voor een zodanig plan, zodanige verordening of een herziening daarvan in procedure is;
het ontwerp voor dat plan of verordening danwel de herziening daarvan, ter inzage is gelegd voordat de aanvraag voor de splitsingsvergunning is gedaan, of, als de aanvraag op basis van artikel 27 is aangehouden, voordat die aanhouding is geëindigd;
de voorgenomen splitsing nadelige gevolgen heeft voor de met het plan of de verordening nagestreefde doeleinden en
het belang dat de aanvrager bij de splitsing heeft niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van belemmeringen van de stadsvernieuwing.
**3..** Het college kan een splitsingsvergunning weigeren als:
de toestand van het gebouw zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of gedeeltelijk tegen splitsing verzet;
de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, of onvoldoende is verzekerd dat de gebreken zullen worden opgeheven.
**4..** Van gebreken als bedoeld in lid 3 is in ieder geval sprake als:
het college op basis van artikelen 14-25 van de Woningwet een aanschrijving heeft gedaan en deze aanschrijving nog niet is uitgevoerd;
het gebouw één of meer woonruimten bevat die volgens de artikelen 29-38 van de Woningwet onbewoonbaar zijn verkaard.
Hoofdstuk
Artikel 26
Gronden voor weigering van splitsingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007