Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag

1.. Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de WWB komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die langdurig (artikel 1, sub i van deze verordening) aangewezen is geweest op een laag inkomen (artikel 1, sub k van deze verordening) en over deze periode niet de beschikking heeft gehad over vermogen (artikel 1, sub n van deze verordening) en die geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. 2.. Ten aanzien van perioden waarin de belanghebbende uitgesloten is geweest van het recht op bijstand wordt de belanghebbende geacht tenminste een inkomen te hebben gehad ter hoogte van 100% van de voor belanghebbende van toepassing zijnde norm, inclusief (eventuele) toeslag of verlaging als bedoeld in artikel 21 en paragraaf 3.3 van de WWB. 3.. Als de belanghebbende een gehuwde is geldt het eerste en het tweede lid evenzeer voor de partner. 4.. De partner van de gehuwde heeft geen zelfstandig recht op een langdurigheidstoeslag. 5.. Bij de vaststelling van het inkomen, als bedoeld in lid 1, wordt een eerder verstrekte langdurigheidstoeslag conform het gestelde in artikel 36, lid 2 van de WWB buiten beschouwing gelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel