**1..** Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de WWB komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die langdurig (artikel 1, sub i van deze verordening) aangewezen is geweest op een laag inkomen (artikel 1, sub k van deze verordening) en over deze periode niet de beschikking heeft gehad over vermogen (artikel 1, sub n van deze verordening) en die geen uitzicht heeft op inkomensverbetering.
**2..** Ten aanzien van perioden waarin de belanghebbende uitgesloten is geweest van het recht op bijstand wordt de belanghebbende geacht tenminste een inkomen te hebben gehad ter hoogte van 100% van de voor belanghebbende van toepassing zijnde norm, inclusief (eventuele) toeslag of verlaging als bedoeld in artikel 21 en paragraaf 3.3 van de WWB.
**3..** Als de belanghebbende een gehuwde is geldt het eerste en het tweede lid evenzeer voor de partner.
**4..** De partner van de gehuwde heeft geen zelfstandig recht op een langdurigheidstoeslag.
**5..** Bij de vaststelling van het inkomen, als bedoeld in lid 1, wordt een eerder verstrekte langdurigheidstoeslag conform het gestelde in artikel 36, lid 2 van de WWB buiten beschouwing gelaten.