De erfpachter is verplicht op, in, aan of boven de zaak en de op te richten opstal(len) de aanwezigheid van door, vanwege of met instemming van de gemeente aangebrachte leidingen, kabels, palen, rioleringen en andere soortgelijke voorzieningen ten behoeve van openbare doeleinden te gedogen en toe te laten dat deze voorzieningen worden aangebracht, onderhouden en vernieuwd wanneer dit door burgemeester en wethouders zal worden gelast.
Indien de in lid a bedoelde voorzieningen ten tijde van de notariële akte reeds in de zaak aanwezig zijn of op dat moment bekend is waar de voorzieningen zullen worden aangebracht, zal op de bij de erfpachtovereenkomst behorende situatietekening worden aangegeven waar die voorzieningen zich bevinden of zullen worden aangebracht.
Op, respectievelijk in of boven dat gedeelte van de zaak waar de in lid a bedoelde voorzieningen zich bevinden of zullen worden aangebracht mogen geen bouwwerken worden opgericht, mag geen gesloten wegdek worden aangebracht, mogen geen ontgrondingen worden verricht en mogen geen bomen of diepwortelende struiken worden geplant.
Indien door de erfpachter gebruik wordt gemaakt van de in artikel 14 bedoelde koopoptie, verplicht hij zich nu reeds door ondertekening van de erfpachtovereenkomst, indien op dat moment voorzieningen ten behoeve van openbare doeleinden in de zaak aanwezig zijn, om bij de overdracht van de blote eigendom mee te werken aan de vestiging van een opstalrecht ten behoeve van de gemeente van die voorzieningen en ten laste van de alsdan door deze aan te geven gedeelten van de zaak, een en ander onder door de gemeente nader te stellen voorwaarden en bepalingen.
De kosten van de vestiging van het opstalrecht als bedoeld in lid c komen ten laste van de erfpachter.
Hoofdstuk
Artikel 15
Gedoogplicht van voorzieningen ten behoeve van openbare doeleinden
Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden voor bedrijfsterreinen