Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 18

Boetebepaling

Onderdeel van Algemene erfpachtvoorwaarden voor bedrijfsterreinen

Bij niet-nakoming van enige verplichting, voortvloeiend uit de erfpachtovereenkomst, verbeurt de erfpachter, voor zover nodig na eerst in gebreke te zijn gesteld en na verloop van de in die ingebrekestelling bepaalde termijn, ten behoeve van de gemeente een onmiddellijk opeisbare boete ter hoogte van de canon zoals die laatstelijk door de gemeente werd vastgesteld/aangepast, op welk bedrag de door de gemeente terzake van de toerekenbare tekortkoming in de nakoming te lijden schade wederzijds onveranderlijk wordt bepaald. Indien de omstandigheden van het geval echter een hogere boete rechtvaardigen zullen burgemeester en wethouders de onmiddellijk opeisbare boete nader vaststellen. Naast het gestelde in lid a van dit artikel behoudt de gemeente het recht om bij niet-nakoming van enige verplichting nakoming te vorderen.

Rechtspraak bij dit artikel