De erfpachter is verplicht om de zaak te bebouwen met de in de erfpachtovereenkomst aangegeven bebouwing, welke (een) bedrijfsgebouw(en), kanto(o)r(en) of bijzondere- of andere nader omschreven bebouwing kan betreffen.
Binnen twee jaar na de dag waarop de notariële akte is ondertekend moet de op de zaak te stichten bebouwing voltooid en gebruiksklaar zijn; indien daartoe aanleiding bestaat, kunnen burgemeester en wethouders op schriftelijk verzoek van de erfpachter verlenging van deze termijn toestaan.
Indien na verloop van de in lid b genoemde termijn of de ingevolge dat lid verlengde termijn de bebouwing wel is aangevangen, maar nog geen 50% van de geschatte bouwtijd is verlopen, is de erfpachter aan de gemeente een boete verschuldigd ter grootte van de voor het eerste jaar verschuldigde canon.
Indien na verloop van de in lid b genoemde termijn of de ingevolge dat lid verlengde termijn de bebouwing wel is aangevangen maar nog niet geheel is voltooid, terwijl meer dan 50% van de bebouwing gereed is, verlenen burgemeester en wethouders uitstel van de bouwplicht voor de periode van de geschatte bouwtijd van het restant van de bebouwing. Indien na verloop van die verlenging nog steeds een wezenlijk deel van de bebouwing moet geschieden is de erfpachter aan de gemeente een boete verschuldigd zoals bedoeld in lid c, onverminderd het recht van de gemeente om volledige nakoming van de bouwplicht te vorderen.