Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Weigering

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Venlo 2010

Subsidieverlening kan, naast de in artikel 4:25 en 4:35 Awb geregelde gevallen worden geweigerd als naar het oordeel van het college redenen bestaan om aan te nemen dat: de activiteiten van de aanvrager niet zijn gericht op of niet aanwijsbaar in belangrijke mate ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Venlo, behalve als dit verklaarbaar is vanuit de regionale centrumfunctie van Venlo; de gelden niet of onvoldoende zullen worden besteed aan het doel waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; subsidieverlening niet past binnen het gevoerde gemeentelijk beleid dan wel de betreffende activiteiten in dat kader onvoldoende prioriteit hebben; niet voldaan wordt aan de algemene vereisten of aan de voorwaarden zoals vermeld in de van toepassing zijnde subsidieregel; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; meer specifiek de activiteiten strijdig zijn met de erkende rechten van de mens zoals vastgelegd in de Grondwet en internationale verdragen; de activiteiten van godsdienstige of politieke aard zijn; de activiteitenkosten betrekking hebben op verteer en vertier, behoudens reële kosten die verband houden met het waarderen en binden van vrijwilligers; de aanvrager over voldoende eigen middelen beschikt om de voorgenomen activiteiten uit te voeren. In die gevallen waarin geen subsidieplafond is vastgesteld en uit relevante wettelijke voorschriften geen aanspraak op subsidieverlening voortvloeit, kan het college een aanvraag om subsidie afwijzen op de enkele grond dat in de begroting geen gelden ter beschikking zijn gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel