De wederpartij verplicht zich de op de verkochte grond te bouwen woning uitsluitend te zullen gebruiken om die zelf (met zijn eventuele gezinsleden) te bewonen en die woning met de daartoe behorende grond niet aan derden te zullen doorverkopen, een en ander behoudens het vermelde in de hierna volgende leden. Artikel 13 is van toepassing.
Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing in geval van:
verkoop op grond van een machtiging van de rechter als bedoeld in artikel 3:174 BW;
executoriale verkoop en verkoop op grond van enig hypotheekrecht;
schriftelijke ontheffing door burgemeester en wethouders als bedoeld in lid d van dit artikel.
Het bepaalde in lid a en b vervalt nadat de wederpartij de desbetreffende woning gedurende vijf achtereenvolgende jaren heeft bewoond.
Als maatstaf geldt hierbij de datum waarop en de tijd gedurende welke de wederpartij als bewoner van het desbetreffende adres in het bevolkingsregister is ingeschreven.
Burgemeester en wethouders kunnen schriftelijk ontheffing verlenen van het bepaalde in dit artikel.
Deze ontheffing wordt echter steeds verleend in geval van:
verandering van werkkring van de wederpartij op grond waarvan redelijkerwijs verhuisd dient te worden;
overlijden van de wederpartij of diens echtgeno(o)t(e) of partner;
ontbinding van het huwelijk van de wederpartij door echtscheiding of ontbinding van een samenlevingsverband;
verhuizing waartoe wordt genoodzaakt door de gezondheid van de wederpartij of van een van zijn gezinsleden.
Hoofdstuk
Artikel 16
Verplichting zelfbewoning en verbod doorverkoop
Onderdeel van Algemene verkoopvoorwaarden