Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 14

Beleidskader

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren

In artikel 12, eerste lid, onderdeel c, WIJ is vastgelegd dat de gemeenteraad bij verordening regels moet stellen over het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van de WIJ. De reikwijdte van de verordeningsplicht lijkt beperkter te zijn dan die onder de WWB. In artikel 8a WWB is immers bepaald dat de gemeenteraad regels dient te stellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Artikel 12, eerste lid, onderdeel c,WIJ bevat niet de cursief gedrukte bewoordingen. Uit de beperkte wetshistorie kan worden afgeleid dat bedoeld is de gemeenteraad op te dragen om regels te stellen over het te voeren beleid op het gebied van fraudebestrijding. Vermoedelijk is de zinsnede ‘voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand’ geschrapt, omdat deze bewoordingen vaak (ten onrechte) zijn opgevat als opdracht om het terugvorderingsbeleid in een verordening vast te leggen, hetgeen evenwel een taak van het college is, getuige de beschikbare jurisprudentie (zie o.a. CRvB 30 januari 2007, LJN: AZ8022). Beoogd is hetzelfde te regelen als in artikel 8a WWB, nl. het vastleggen van regels over fraudebestrijding. Voor wat betreft het beleid van handhaving in het kader van de WIJ wordt aansluiting gezocht bij het reeds geregelde en bestaande handhavingsbeleid in het kader van de WWB.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel