Bij niet-automatische incasso:
de aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste
dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
van het aanslagbiljet is vermeld;
in afwijking van het hiervoor onder a genoemde geldt in
geval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde
aanslagen meer is dan € 50,00 doch minder dan € 3.000,00,
dat de aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke
termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van
de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later.
Bij automatische incasso:
de aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen
waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
maand volgende op die welke in de dagtekening van het
aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
telkens een maand later;
in afwijking van het hiervoor onder a genoemde geldt ingeval
het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde
aanslagen meer is dan € 50,00 doch minder dan € 3.000,00 dat
de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als
er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog
niet geëindigde maanden in het kalenderjaar waarop de
aanslagen betrekking hebben overblijven, met dien verstande
dat het aantal termijnen tenminste vier bedraagt.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de gestelde
termijnen van dit artikel.