**1..** Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel
1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld
in artikel 1, onder h, de bodem dieper dan 30 cm onder de
oppervlakte te verstoren.
**2..** Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;
**a..** het een verstoring betreft van een archeologisch monument of
archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de provinciale
Archeologische Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart
van Archeologische Waarden, en waarbij die verstoring plaatsvindt:
in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde en
het te verstoren gebied kleiner is dan 500 m2, of;
in een gebied met een middelhoge archeologische
verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan
250 m2, of;
in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde en
het te verstoren gebied kleiner is dan 50 m2.
**b..** in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent
archeologische monumentenzorg.
**c..** in een vrijstellingsbesluit als bedoeld in art. 3.6, 3.32, 3.10 of
3.23 van de Wet ruimtelijke ordening voorschriften zijn opgenomen
omtrent archeologische monumentenzorg.
**d..** het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van
werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch
monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op
gemeentelijke archeologische waardenkaart of de gemeentelijke
beleidsadvieskaart, dan wel bij het ontbreken daarvan,de provinciale
Archeologische Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart
van Archeologische Waarden;
**e..** een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het te
verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in
voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate
kan worden geborgd; of
de archeologische waarden door de verstoring niet
onevenredig worden geschaad; of
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.