Naar hoofdinhoud
Voor toepassing van artikel 2.12 lid 1 onder a onder 2 Wabo, jº artikel 4 lid 3 bijlage II Bor komt in aanmerking een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met inachtneming van de volgende beleidsregels: voor de voorgevelrooilijn zijn slechts erfafscheidingen toegestaan, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1 meter met uitzondering van vlaggenmasten, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 7 meter; achter de voorgevelrooilijn zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan: 7 meter voor palen en masten; 2 meter voor erfafscheidingen; 4 meter voor trapconstructies aan de achterzijde van meergezinswoningen; 3 meter voor overige bouwwerken geen gebouwen zijnde in afwijking van het bepaalde onder a en b2 wordt bij het bepalen van de maximale bouwhoogte voor erfafscheidingen bij hoekpercelen uitgegaan van de voorgevel, waarbij geldt dat de bouwhoogte van de erfafscheiding tot 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel(lijn) maximaal 1 meter bedraagt en voor het overige 2 meter bedraagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel