Naar hoofdinhoud
1. Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen of in een andere organisatie of institutie, heeft het recht om in aansluiting op het vragenhalfuurtje verslag te doen over zaken die in de betreffende organisatie of institutie aan de orde zijn. Deze verslaggeving kan ook in een raadsdebat plaatsvinden. Een door de raad gewenste nadere bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar een (afzonderlijk) raadsdebat. 2. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. Artikel 40 is van overeenkomstige toepassing. 3. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. Artikel 42 is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel