1. Voor de benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een vaste commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt in of voorafgaand aan de raadsvergadering waarin over de toelating van nieuw benoemde leden van de raad wordt beslist, de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken. Na een raadsverkiezing onderzoekt de commissie tevens het proces-verbaal van het centraal stembureau.
2. De vaste commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven, bij monde van een uit haar midden benoemde rapporteur, verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. Ook van een minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt.
3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen.
4. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
6. Bij de benoeming van een wethouder onderzoekt de in het eerste lid bedoelde vaste commissie of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. Tevens wordt het kunnen overleggen van een verklaring omtrent het gedrag in het onderzoek betrokken. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Onderzoek bij toelating nieuwe leden en bij benoeming wethouders en fractievertegenwoordigers
Onderdeel van Reglement van orde voor de vrgaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Twenterand 2012