**1..** De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.
**2..** De voorzitter deelt de belanghebbenden en het verwerend orgaan tenminste twee weken voor de zitting schriftelijk mee dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting.
**3..** De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet.
**4..** Indien de voorzitter op grond van het in het derde lid genoemde artikel besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan mededeling aan:
de belanghebbende(n);
het verwerend orgaan.
**5..** De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.
HOOFDSTUK II › Paragraaf 2
Artikel 11
Hoorzitting
Onderdeel van Verordening op de Bezwaarschriftencommissie Personeelszaken Schiedam 2003