Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II › Paragraaf 2

Artikel 11

Hoorzitting

Onderdeel van Verordening op de Bezwaarschriftencommissie Personeelszaken Schiedam 2003

1.. De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen. 2.. De voorzitter deelt de belanghebbenden en het verwerend orgaan tenminste twee weken voor de zitting schriftelijk mee dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting. 3.. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet. 4.. Indien de voorzitter op grond van het in het derde lid genoemde artikel besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan mededeling aan: de belanghebbende(n); het verwerend orgaan. 5.. De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel