Naar hoofdinhoud
1.. Met betrekking tot de subsidiëring van overige buitensportverenigingen geldt een subsidieplafond zoals bedoeld in artilrel 5 van de Algemene Subsidieverordening Groesbeek 2002. 2.. Aan de in artikel 6 bedoelde buitensportverenigingen kan jaarlijks een subsidie worden verstrekt met inachtneming van de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening Groesbeek 2002. 3.. Het subsidie voor buitensportverenigingen, niet zijnde veldsportverenigingen als bedoeld in artikel 7, bestaat uit: (aantal jeugdleden:totaal aantal leden) x 20 % van de subsidiabele uitgaven 4.. Onder subsidiabele uitgaven wordt verstaan: de door Burgemeester en Wethouders aanvaarde jaarlijks terugkerende exploitatiekosten. 5.. Ter bepaling van de jaarlijkse subsidie wordt uitgegaan van de jaarrekening die betrekking heeft op het jaar voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar. 6.. Ter bepaling van het aantal leden wordt uitgegaan van de situatie op 1 januari van het betreffende subsidiejaar. 7.. Onder jeugdleden wordt verstaan, leden die de leeftijd van 19 jaar nog niet hebben bereikt. 8.. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 13, lid 3, van de Algemene Subsidieverordening Groesbeek 2002 wordt aan de sportverenigingen bedoeld in artikel 6 een maximale reserve toegestaan van € 12.000,- C SLOTBEPALINGEN.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel