1. De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissie en andere door het presidium goedgekeurde bijeenkomsten bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 3 vastgesteld maximum. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.3. Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissiea. als raadslid of wethouder;b. uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;c. als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.4. De raad stelt in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vast, zulks tot ten hoogste van het onder a en b van dit lid genoemde vermenigvuldiging voor de functies van: De voorzitter:a. De voorzitter van de commissie bezwaarschriften ontvangt een vergoeding voor zijn werkzaamheden van 3 maal het bedrag, vermeld in de bij Algemene Maatregel van Bestuur van 23 november 1976, Staatsblad 621, behorende tabel 2, zoals dit bedrag elk jaar door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is of wordt vastgesteld voor een gemeente in klasse 3;De leden van de commissie:b. De overige leden van de commissie bezwaarschriften ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden van 2 maal het bedrag, vermeld in de bij Algemene Maatregel van Bestuur van 23 november 1976, Staatsblad 621, behorende tabel 2, zoals dit bedrag elk jaar door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is of wordt vastgesteld voor een gemeente in klasse 3;Voorzitter en externe leden van de rekenkamercommissie: c. De onder a en b van dit lid genoemde vergoeding zijn ook van overeenkomstige toepassing voor respectievelijk de voorzitter en de externe leden van de rekenkamer.
Hoofdstuk 4
Artikel 24
Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden