Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 11

Inspreekrecht

Onderdeel van Regeling Programmacommissies van de gemeente Zuidplas

1. Na de opening van de vergadering kunnen insprekers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. 2. Een inspreker kan niet meerdere insprekers voor zich laten inspreken per onderwerp. 3. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. over een besluit van een van de bestuursorganen van de gemeente waartegen bezwaar of beroep bij de rechter openstaat of heeft opengestaan of een zienswij-zenprocedure als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht; b. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. indien een klacht als bedoeld in  artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; d. over onderwerpen waarover al eerder is ingesproken en die tot wijziging geleid hebben van het betreffende onderwerp in de door de inspreker gewenste richting; e. concept-(voor)ontwerpbestemmingsplannen. 4. Het bepaalde in het derde lid sub a is niet van toepassing voor indieners van ziens-wijzen gericht tegen een ontwerpbestemmingsplan voorzover zij het woord wensen te voeren over het ontwerp bestemmingsplan. 5. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste om 12.00 uur op de dag van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en  het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 6. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreek-tijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter geeft het woord bij het betreffende agendapunt op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.  De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale leng-te van de spreektijd. 7. De spreekduur wordt in overleg met de voorzitter bepaald. 8. De spreker voert bij het agendapunt het woord (1 termijn), nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de leden van programmacommissie toestaan na het inspreken korte verhelderende vragen te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en leden van de commissie. 9. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel