Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer van de volgende verplichtingen opleggen volgend uit artikel 23, derde lid van de Wet inburgering: het deelnemen aan een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening;het deelnemen aan gesprekken (waaronder de intake) met de casemanager inburgering;het meewerken aan het vaststellen van het taalniveau en leerbaarheid;voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of Staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip dat door de casemanager inburgering wordt bepaald;het per omgaande melden indien niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan (door ziekte dan wel door andere relevante omstandigheden);bijzondere verplichtingen die het bereiken van het doel van de inburgeringscursus kunnen ondersteunen.