Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

langdurig, laag inkomen

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag

1. Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan indien belanghebbende gedurende de referteperiode een onafgebroken periode aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan 100 % van de voor hem geldende bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet. 2. Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet komt de rechthebbende in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 3. Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, danwel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel