Naar hoofdinhoud

Artikel 9:

Beoordelingsgesprek

Onderdeel van Regeling functionerings- en beoordelingsgesprekken 2010

1.. In onderling overleg stellen de eerste beoordelaar en de ambtenaar een datum vast voor een beoordelingsgesprek. 2.. Minimaal één week voor het beoordelingsgesprek ontvangt de ambtenaar een afschrift van het voorlopige beoordelingsvoorstel, dat door de eerste beoordelaar is opgesteld aan de hand van het beoordelingsformulier. 3.. Het beoordelingsgesprek wordt gevoerd tussen de eerste beoordelaar en de ambtenaar. 4.. De eerste beoordelaar licht in het gesprek het voorlopige beoordelingsvoorstel toe. 5.. Indien de ambtenaar van mening is dat essentiële informatie betrokken kan worden van een informant, die nog niet ingeschakeld is door de eerste beoordelaar, kan hij dat in het beoordelingsgesprek aangeven. De eerste beoordelaar kan dan alsnog informatie inwinnen van deze informant. Deze informatie zal worden meegenomen bij een nieuw gesprek en het opstellen van het definitieve beoordelingsvoorstel.

Rechtspraak bij dit artikel