Voor zover daarvan gebruik wordt gemaakt vangt de
vergadering na de opening daarvan aan met een vragenronde.
In bijzondere gevallen kan de voorzitter in overleg met de
vergadering bepalen dat de vragenronde op een ander tijdstip
wordt gehouden. De voorzitter bepaalt per vergadering het
tijdstip van het einde van het vragenronde. De behandeling
van de overige agendapunten begint in ieder geval uiterlijk
een half uur na aanvang van de vergadering.
Het lid dat tijdens de vragenronde vragen wil stellen meldt
dit onder aanduiding van het onderwerp 24 uur voor aanvang
van de vergadering bij de voorzitter. De voorzitter kan
weigeren een onderwerp tijdens de vragenronde aan de orde te
stellen,
indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig
acht aangegeven,
indien het onderwerp in de raadsvergadering van die
dag aan de orde komt of
indien de urgentie of het maatschappelijk belang van
het te bespreken onderwerp niet of niet voldoende is
aangetoond.
3.3 De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
tijdens de vragenronde aan de orde worden gesteld.
3.4 De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
vragensteller, voor het college en voor de overige leden.
3.5 Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om
één of meer vragen aan het college te stellen en een toelichting
daarop te geven.
3.6 Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller
desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
3.7 Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord verlenen
om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te
stellen over hetzelfde onderwerp.
3.8 Tijdens de vragenronde kunnen geen moties worden ingediend en
worden geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 14
Vragenronde
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad