Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 14

Vragenronde

Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad

Voor zover daarvan gebruik wordt gemaakt vangt de vergadering na de opening daarvan aan met een vragenronde. In bijzondere gevallen kan de voorzitter in overleg met de vergadering bepalen dat de vragenronde op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt per vergadering het tijdstip van het einde van het vragenronde. De behandeling van de overige agendapunten begint in ieder geval uiterlijk een half uur na aanvang van de vergadering. Het lid dat tijdens de vragenronde vragen wil stellen meldt dit onder aanduiding van het onderwerp 24 uur voor aanvang van de vergadering bij de voorzitter. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens de vragenronde aan de orde te stellen, indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven, indien het onderwerp in de raadsvergadering van die dag aan de orde komt of indien de urgentie of het maatschappelijk belang van het te bespreken onderwerp niet of niet voldoende is aangetoond. 3.3 De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens de vragenronde aan de orde worden gesteld. 3.4 De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college en voor de overige leden. 3.5 Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college te stellen en een toelichting daarop te geven. 3.6 Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 3.7 Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 3.8 Tijdens de vragenronde kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Rechtspraak bij dit artikel