1 Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen
kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt
aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
verlangd.
2 De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt
er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige
leden van de raad en het college worden gebracht.
3 Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder
geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan
plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college de
vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn
aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht
wordt behandeld als een antwoord.
4 De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college aan
de leden van de raad medegedeeld.
5 De vragen en antwoorden worden aan de leden van de raad toegezonden
tegelijkertijd met het toezenden van de beantwoording aan de
vragensteller.
Hoofdstuk 4
Artikel 37
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad