De rechten en verplichtingen met betrekking tot eigen graven,
die voortvloeien uit de ingevolge artikel 26, tweede lid,
ingetrokken verordeningen, worden geacht ingevolge deze
verordening te zijn ontstaan.
Kindergraven, als bedoeld in de ingevolge artikel 26, tweede
lid, ingetrokken verordeningen, worden geacht eigen graven in de
zin van deze verordening te zijn.
De rechten en verplichtingen met betrekking tot de op het moment
van de intrekking van de ingevolge artikel 26, tweede lid,
bedoelde verordeningen bestaande algemene graven, die
voortvloeien uit bedoelde ingetrokken verordeningen, blijven van
kracht met dien verstande dat de termijn van een algemeen graf
kan worden verlengd tot en met uiterlijk 31 december 2010.