Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beheersverordening ontwikkelbedrijf 2009

In deze verordening wordt verstaan onder: algemene grondreserve: een zogenaamde vrije reserve. Deze is noodzakelijk om te kunnen beschikken over een financiële buffer voor het opvangen van onvoorziene financiële risico’s, dan wel onvoorziene negatieve resultaten van grondexploitaties tijdens de uitvoering. (Afdekken ondernemersrisico tijdens de uitvoering). ambtelijk opdrachtgever: vertegenwoordiger vanuit de ambtelijke organisatie voor het project richting het bestuur en opdrachtgever voor de projectorganisatie. Hij is er ambtelijk verantwoordelijk voor dat het project binnen de gestelde kaders blijft. bedrijfseenheid: een administratieve eenheid binnen het Ontwikkelbedrijf om functioneel specifieke kosten en/of opbrengsten te registreren die direct gekoppeld zijn aan een concrete planontwikkeling waarbij gronden en/of ander vastgoed in bouwexploitatie worden gebracht. bestemmingsreserve: onder een bestemmingsreserve wordt verstaan een reserve waaraan door de gemeenteraad een bepaalde bestemming (doelstelling) is gegeven en die daarom alleen voor het realiseren van die doelstelling beschikbaar is. bestuurlijk opdrachtgever: gemandateerd vertegenwoordiger vanuit het bestuur i.c. het college van B&W voor een specifieke planontwikkeling. Hij is er bestuurlijk voor verantwoordelijk dat het project binnen de politieke en bestuurlijke kaders blijft. boekwaarde: de waarde waarvoor een complex is opgenomen in de administratie. budgethouder: de ambtelijk opdrachtgever is verantwoordelijk voor alle middels begroting c.q. begrotingswijziging verleende (voorbereidings)kredieten ten behoeve van een project. budgetbeheerder: de planeconoom is budgetbeheerder voor de hem toegewezen projecten. Business case: globale financiële analyse van een project in de initiatieffase. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo. complex (Hoofdproject): een verzameling van bedrijfseenheden binnen het Grondbedrijf. Het complex bevat gronden c.q. projecten/(grond)exploitaties in dezelfde fase van ontwikkeling. contante waarde: het resultaat op balansdatum van de grondexploitatieopzet op basis van de eindwaardeberekening. Concerncontroller: maakt onderdeel uit van de afdeling Concernstaf. Hij adviseert over de gemeentelijke bedrijfsvoering, beleidsontwikkeling/planning en control en toetst management- en bestuursrapportages. deelbudgethouder: de projectleider is als deelbudgethouder financieel en inhoudelijk verantwoordelijk voor de uitvoering van een project. directeur: lid van het Directie Team (DT). economische waarde: de waarde van een onroerende zaak in het vrije economische verkeer. eindwaardeberekening: methodiek voor een grondexploitatieberekening waarbij de in de tijd gefaseerd opgenomen kosten en opbrengsten worden doorberekend naar datum van afsluiting van het complex en waarbij rekening wordt gehouden met rente en kosten- en opbrengstenstijgingen (eindwaarde) en het resultaat middels een rentefactor wordt teruggerekend naar balansdatum (contante waarde). exploitatieopzet: de begroting van kosten, opbrengsten en bijdragen met betrekking tot een project inhoudende het geheel van activiteiten en werkzaamheden met betrekking tot verwerving, het beheer, het bouw- en woonrijp maken en de overdracht dan wel uitgifte van gronden. In geval er sprake is van een exploitatieovereenkomst (gemengde of particuliere exploitatie met derden) is de exploitatieopzet de begroting van de gemeentelijke kosten en de door de gemeente te ontvangen opbrengsten inclusief de verschuldigde exploitatiebijdrage. exploitatieplan: door de raad vast te stellen exploitatieopzet ten behoeve van het bestemmingsplan in het kader van en conform de eisen van de nieuwe Grondexploitatiewet (Wro). exploitatieovereenkomst: overeenkomst met particuliere eigenaren op grond van de Grondexploitatiewet (Wro) Uitvoering in principe voor rekening en risico derden. Grondbeleid: het beleid gericht op het (her)inrichten en uitgeven van gronden ter verwezenlijking van doelstellingen op diverse terreinen van overheidsbelang als ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, stadsvernieuwing en restauratie, economische ontwikkeling, milieu en natuur-, woon- en leefruimte. grondexploitatie: het geheel van activiteiten en werkzaamheden binnen een project met als doel om een plangebied bouw- en woonrijp te maken. haalbaarheidsstudie: onderdeel van de initiatieffase waarmee een globaal inzicht gegeven wordt in de haalbaarheid van de grondexploitatie. hoofd Bedrijfsvoering: leidinggevende als afdelingshoofd verantwoordelijk voor het team Financiën en daarbinnen o.a. de teams advies en specials, betrokken bij het Ontwikkelbedrijf. hoofd Ontwikkelbedrijf: leidinggevende als afdelingshoofd verantwoordelijk voor het Ontwikkelbedrijf en de kwaliteit van de afzonderlijke Ontwikkelbedrijfproducten. krediet: de gelden die door de raad beschikbaar worden gesteld voor de uitvoering van een project. Voor grondexploitaties in principe gelijk aan het projectbudget. Nota Ontwikkelbedrijf: de beleidsnota Ontwikkelbedrijf die jaarlijks wordt vastgesteld en waarin het algemene grondbeleid en het beleid voor specifieke onderdelen, alsmede de risiconota worden vastgelegd. Ontwikkelbedrijf: de administratieve en organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die verantwoordelijk is voor de realisatie van ruimtelijk fysieke projecten op het gebied van vastgoedontwikkeling, gebiedsontwikkeling en complexe infrastructuur, de bewaking van de vermogenspositie van het Ontwikkelbedrijf en het initiëren van grond- en vastgoedbeleid. Het Ontwikkelbedrijf heeft ook tot taak het beheren van alle onroerende goederen, welke door de gemeente in eigendom zijn dan wel worden verworven voor zover ze niet bedoeld zijn voor de uitoefening van een beleidstaak niet zijnde bouwgrondexploitatie, tenzij de raad anders bepaalt. opdrachtbudget: het budget dat door de projectleider ter beschikking wordt gesteld bij interne opdrachtverlening. planeconoom (voor vastgoed vastgoedeconoom): de functionaris van de afdeling Ontwikkelbedrijf die verantwoordelijk is voor de financieel economische planbegeleiding. Hij is budgetbeheerder en toetst de opdrachten aan het krediet c.q. het projectbudget. project: een ruimtelijk fysieke opgave die in het kader van deze beheersverordening uit een gebiedsontwikkeling (grondexploitatie), vastgoedontwikkeling (een gebouw) of een complex infrastructureel werk kan bestaan. projectbudget: het totale benodigde budget om de grondexploitatie te realiseren dat volgt uit de exploitatieopzet. projectleider: de functionaris die integraal verantwoordelijk is voor het binnen de gestelde kaders uitvoeren van de projectopdracht. Hij is de deelbudgethouder/opdrachtnemer voor het project en opdrachtgever voor de uitvoeringswerkzaamheden. projecten met overeenkomst: er is sprake van een project met overeenkomst indien een project conform overeenkomst met een partner wordt ontwikkeld, die eventueel ook grondexploitatiewerkzaamheden verricht. raad: de gemeenteraad van de gemeente Venlo. reserve: zie algemene grondreserve en bestemmingsreserve staf Strategie, Markt en Ontwikkeling (SMO) van het Ontwikkelbedrijf: verzorgt beleid en advies, financiële sturing en consolidatie en de marktoriëntatie binnen het Ontwikkelbedrijf. staf Strategie, Markt en Ontwikkeling (financiële sturing en consolidatie): voegt alle informatie met betrekking tot (toekomstige) projecten en eigendommen buiten projecten samen en rapporteert hierover. Zij verzorgt de financiële beleidsadviezen met betrekking tot het Ontwikkelbedrijf en is budgetbeheerder voor het complex verspreid liggende gronden. Team projecten van het Ontwikkelbedrijf: verzorgt de projectleiding en -ondersteuning van alle ruimtelijk fysieke projecten binnen de gemeente Venlo. Team Vastgoed van het Ontwikkelbedrijf: verzorgt juridische ondersteuning, planeconomie, beheer, aankoop- en uitgifte van de afdeling Ontwikkelbedrijf. Vastgoedexploitatie: het geheel van activiteiten en werkzaamheden binnen een project met als doel om een (gemeentelijk) gebouw te realiseren. voorziening: wordt gevormd voor concrete of specifieke risico’s binnen het Ontwikkelbedrijf bijvoorbeeld nadelige exploitatieresultaten en nadelig herwaarderingsresultaat. weerstandsvermogen: de (benodigde/de aanwezige/genormeerde/potentiële) Algemene Grondreserve als financiële buffer voor risico's in het Ontwikkelbedrijf.

Rechtspraak bij dit artikel