Naar hoofdinhoud

Paragraaf 5 Premies

Artikel 22. Uitstroom- en deeltijdpremie

Artikel 22. Uitstroom- en deeltijdpremie

Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, Ioaw, Ioaz en WIJ gemeente Schagen 2010

1.. Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde op aanvraag een uitstroompremie toekennen bij uitstroom naar duurzame arbeid. 2.. Het college kan aan uitkeringsgerechtigde op aanvraag een deeltijdpremie toekennen bij gedeeltelijke uitstroom naar duurzame arbeid, wanneer deeltijdwerk het maximaal haalbare is als gevolg van structurele medische beperkingen. 3.. De premie bedraagt maximaal de helft van het bedrag als bedoeld in artikel 31, tweede lid onder j van de Wet werk en bijstand bij volledige uitstroom. 4.. Bij gedeeltelijke uitstroom als bedoeld in lid 2, is het recht op de premie naar rato van de helft van het bedrag als bedoeld in artikel 31, tweede lid onder j van de Wet werk en bijstand. 5.. Er bestaat geen recht op een deeltijdpremie, wanneer de uitkeringsgerechtigde recht heeft op een vrijlating van inkomsten als bedoeld in artikel 31, tweede lid onderdeel o van de Wet werk en bijstand of artikel 3.2 Inkomensbesluit IOAW/IOAZ of wanneer deze recht heeft op een vrijlating van de aanvullende alleenstaande ouderkorting en combinatiekorting als bedoeld in artikel 31, tweede lid onder c van de wet. 6.. De premie is bedoeld voor personen die voorafgaand aan de uitstroom minimaal 12 maanden een uitkering ingevolge de Ioaw, Ioaz of WWB hebben ontvangen. 7.. Het recht op de premie ontstaat wanneer de aanvrager minimaal zes maanden aaneengesloten aan het werk is. 8.. Het college verstrekt de uitstroompremie als bedoeld in het derde lid ten hoogste een maal per drie jaar, te rekenen vanaf de eerste datum van uitstroom naar duurzame arbeid. 9.. Het college verstrekt de deeltijdpremie als bedoeld in het vierde lid eenmalig. 10.. Stroomt de uitkeringsgerechtigde als bedoeld in lid 2 alsnog volledig uit, dan bestaat er, mits aan alle overige voorwaarden is voldaan, recht op de maximale uitstroompremie onder aftrek van de verstrekte deeltijdpremie als bedoeld in het vierde lid. 11. De uitstroompremie of deeltijdpremie, zoals genoemd in het tweede en derde lid, wordt toegekend wanneer belanghebbende gedurende een aaneengesloten periode van ten minste zes maanden heeft gewerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel